De heelwording van de oergodin: de emancipatie van de ‘hoer’

‘I don’t mind living in a man’s world,
as long as I can be a woman in it.’
Marilyn Monroe

Het gendernieuws wordt sinds eind 2017 gedomineerd door de #MeToo-beweging. In welke mate en/of hoedanigheid mag een vrouw seksueel benaderd worden in het sociale verkeer? Een stokoude vraag, zo blijkt als we de geschiedenis van de oergodin en de westerse vrouwbeelden beschouwen.

Deze vraag over de seksuele benadering van de vrouw is niet opmerkelijk te noemen wanneer je de ontwikkeling van de vrouwelijke identiteit naloopt in de geschiedenis. Het oorspronkelijke beeld van de vrouw, de oergodin, was in positieve zin verbonden met seksualiteit. Namelijk als symbool van vruchtbaarheid en de scheppende kracht. De vrouwelijkheid heeft sinds de verschuiving van de matriarchale naar de patriarchale wereld een haast destructieve en vernietigende relatie (opgelegd) gekregen met seksualiteit. Het seksuele karakter van het vrouwbeeld is naar mijn idee heel bepalend geweest voor de geringe status die de vrouw in de geschiedenis toebedeeld heeft gekregen. Het meest dominante vrouwelijke archetype in de ontwikkeling van de vrouwelijke identiteit is die van ‘de hoer’ gebleken.

Slachtoffer

Loes Reijmer deed voor een artikel in de Volkskrant  onderzoek naar de generatiekloof tussen ‘oude en jonge’ feministen. Ze stelt dat in de #MeToo-discussie twee generaties vrouwen tegenover elkaar staan. De jonge garde feministen wil verandering terwijl hun oudere zusters gruwen van de slachtofferrol. Verwijzend naar een eveneens recent Volkskrant-artikel van Hooghiemstra, met als kop ‘#MeToo kenmerkt zich door een humorloos, eendimensionaal puritanisme’, stelt Reijmer het volgende. Vrouwen zouden zichzelf neerzetten als ‘halve heiligen’ die de misdragingen van mannen ‘lijdelijk bezien en ondergaan’. Als we niet oppassen stevenen we af op een Renaissance van het Victoriaanse tijdperk waarin vrouwen pretenderen geen lage driften te hebben. In de talkshow van Pauw stelde ze vervolgens: ‘Door #MeToo zijn we helemaal terug bij het beeld van de vrouw als slachtoffer.’

Reijmer en Hooghiemstra lijken een opvallend keerpunt in het hedendaagse vrouwbeeld te signaleren. Door te stellen dat we terug bij af zijn wat betreft de rol van de vrouw als slachtoffer, plaatsen zij de manier waarop er met de seksualiteit van vrouwen wordt omgegaan in een historische beweging. Bestuderen hoe de vrouw zich in de geschiedenis, met name in een religieuze context heeft gemanifesteerd, stelt ons in staat om handvatten te vinden om de #MeToo-beweging op een waardevolle manier te plaatsen in het debat over de emancipatie van de vrouw. Lukt het ons vrouwen om eindelijk het beeld van slachtoffer af te werpen en ons onze seksualiteit toe te eigenen?

Sekssymbool

Het archetype van de hoer lijkt in deze tijd opnieuw dominant te worden. Het gaat in discussies immers nog steeds niet per se over het vrouwelijke en over vrouwelijke eigenschappen in de meest brede zin van het woord. Is deze discussie in die zin bevorderlijk voor de emancipatie van de vrouwelijke identiteit? Want wat wordt hier wezenlijk mee hersteld als het gaat om het (dominante) vrouwbeeld? In de loop van de geschiedenis is de seksuele lading in de beeltenis van de vrouw gekanteld van de godin van de vruchtbaarheid naar een meer aardse, fysieke vertegenwoordiger van seksualiteit. Daarbij is het beeld van de vrouw ook verschoven van een moeder, symbolisch uitgedrukt aan de hand van grote borsten en brede heupen, naar een meer seksueel aantrekkelijk beeld van de vrouw.

Filosofe Lisette Thooft stelt in haar boek De onverzadigbare vrouw (en de afwezige man) dat  de vrouwelijke seksualiteit sinds de oertijd gekoppeld werd aan macht. Seks is lang mysterieus geweest voor mannen. Hoewel ze er niet aan konden weerstaan, waren ze er tegelijkertijd bang voor. Omdat ze zichzelf moesten verliezen om tot een orgasme te komen. Het maakte hen weerloos en vrouwen wisten dat.

Vanuit deze weerloze positie zal de man zich vervolgens gaan keren tegen de vrouwelijke seksualiteit, op een vrij rigoureuze manier. De seksuele kracht, en alles wat daarmee samenhangt aan onafhankelijkheid, macht, dominantie en vrijheid, zal bestreden en teruggedrongen worden bij de vrouw. Vrouwelijke seksualiteit wordt door invloedrijke mannen in de geschiedenis tot synoniem van zonde en gevaar gemaakt. Er werd hierbij met name gemikt op vrouwen die zich niet afhankelijk maakten van hun tijdgenoten en hun maatschappelijke context, maar daarin een eigen weg trachtten te vinden. Zich daarbij volledig afstemmend op hun eigen (intrinsieke) behoeftes. Hun ‘daden van onafhankelijkheid’ en hun ‘eigenzinnige gedrag’ werden door tijdgenoten, lees: mannelijke tijdgenoten, al snel afgedaan als zondig en onaangepast. Sterker nog, ze kregen het meest doeltreffende stigma denkbaar voor vrouwen: ‘hoer’. Opmerkelijk genoeg werd (seksuele) onafhankelijkheid bij vrouwen in de geschiedenis al snel synoniem voor ‘hoer’.

Seksualisering

Zo zijn Lilith en Maria Magdalena mede dankzij de christelijke kerk gereduceerd tot ‘slavinnen van hun lichaam’, zich daarbij volledig concentrerend op de ‘meest dominante’ genotsprikkel: de seksuele lust. Zelfs de meer volgzame Eva, als ‘opvolgster’ van de té assertieve en onafhankelijke Lilith, zou in overlevering als zondig, verraderlijk en listig worden neergezet, die door middel van haar verleidingskunsten de mens ten val heeft gebracht. De kwaliteiten en geleverde prestaties van bijvoorbeeld Lilith, maar ook van Maria Magdalena, werden maar al te graag geweerd uit de uiteindelijke Bijbel.

De ‘seksualisering’ van het vrouwelijke in de geschiedenis is vervolgens bepalend geweest voor het ontstaan van de verschillende archetypes met betrekking tot het vrouwelijke. Seks speelt bij alle archetypen een grote rol. De archetypen ‘hoer’ en ‘heks’ zijn in beeld en omschrijvingen direct verbonden aan seksualiteit. De archetypen ‘heilige’ en ‘heilige moeder’ eveneens, en wel in de zin dat er bij deze archetypen bewust en actief afstand wordt genomen van alle seksuele aspecten in de vrouw en vrouwelijke representatie. De nadruk bij de beeltenis van de vrouw is hiermee meer op het uiterlijk dan op het vermogen van de vrouw gaan liggen.

Uit het onderzoek van Maartje Laterveer blijkt dat het loskoppelen van uiterlijk, en het seksueel aantrekkelijk (moeten) zijn, en van de vrouwelijke eigenschappen en vermogens tot op de dag van vandaag plaatsvindt. Laterveer stelt dat er in de huidige maatschappij sprake is van een toenemend belang van uiterlijk. Er is volgens Laterveer echter een verschil. Mannen worden vooralsnog niet onzekerder van de toegenomen druk op hun uiterlijk. Volgens studie van het Sociaal Cultureel Planbureau zijn jonge vrouwen nog steeds het minst tevreden met hun uiterlijk. Vrouwen tot vijfendertig jaar laten bovendien een negatiever zelfbeeld zien dan mannen, ook al vallen ze binnen gezonde normen waar het hun lichaam betreft.

Volgens Giselinde Kuipers komt dat omdat zij hun mannelijkheid ook nog aan andere dingen kunnen ontlenen: ‘Er zijn voor mannen ook andere manieren om een echte man te zijn of een goede man. Dat is een wezenlijk verschil. Voor vrouwen zijn er eigenlijk niet of nauwelijks opvattingen van vrouwelijkheid die niet ook iets te maken hebben met uiterlijk. En die niet ook impliceren dat andere mensen jou op je uiterlijk beoordelen’.

Terugkijkend in de geschiedenis is het dus opmerkelijk te noemen dat de moderne vrouw alsnog terugvalt op haar seksuele identiteit, door zich zélf te concentreren op haar uiterlijk en op het naar buiten brengen van zichzelf als seksueel aantrekkelijk. De identiteit van de moderne vrouw baseert zich klaarblijkelijk ergens nog op oude patronen als het gaat om zelfexpressie en zelfrealisatie. Ook de moderne vrouw ontleent haar vrouwelijkheid aan haar uiterlijk en aan haar status van seksueel wezen. Sterker nog, in haar uiterlijk en haar seksuele status ligt haar vrouwelijkheid.

Geestelijke dochters

Het antoniem van de vrouw als hoer leek de vrouw zonder enige vorm van seksuele context te zijn. Jacob Slavenburg stelt in zijn boek dat Maria niet werd vereerd als vrouw, maar juist als niet-vrouw. Ze was volgens kerkvaders de Moeder-Maagd in wie Christus direct door God was verwekt. Lust was daarbij niet aan de orde geweest en ook niet zoiets smerigs als seksualiteit.

Vrouwen die zich in de geschiedenis nadrukkelijk buiten een seksuele context profileerden, waren de Virgines Christi. Volgens Michiel Nuyttens waren deze zogeheten Virgines Christi of Maagden van Christus in de primitieve kerk erg talrijk. Deze vrouwen maakten de bewuste keuze om hun leven aan God te wijden. Daarmee verzetten ze zich volgens Nuyttens tegen de beperkingen die hen traditioneel op basis van hun geslacht werden opgelegd. Het vergde dus een zekere moed om zich als ‘geestelijke dochter’ te manifesteren. Zodra vrouwen door hun kledij en gedrag hun bedoeling kenbaar maakten om vroom te leven in de wereld, ontstond er onenigheid over hun goede bedoelingen. Erger nog, ze waren soms voorwerp van hoon en spot, door ze ‘kwezel’ of ‘marol’ te noemen.

De geestelijke dochters creëerden een buitengewone werkelijkheid voor zichzelf. Een werkelijkheid waarin de vrouw zelfstandig een leven kon opbouwen, vermoedelijk op een manier zoals zij in grote lijnen voor zichzelf in gedachten had. Deze vrouwen kenden in tegenstelling tot hun vrouwelijke stads- of dorpsgenoten wel degelijk een respectabele status, juist door niet naar hun ‘typische’ vrouwelijke (laag-instinctieve) aard te handelen. Zij konden daar in figuurlijke zin boven staan, hetgeen klaarblijkelijk enig respect afdwong.

Ironisch genoeg speelde seksualiteit ook bij deze groep vrouwen een dominante rol, en wel in de zin dat zij daar dagdagelijks op een vrij nadrukkelijke manier afstand van deden. Hun levensstijl, gedrag en uiterlijk vertoon waren zedig, sober, bescheiden en vroom. Elke vorm van genot leek uitgebannen te zijn in de levens van deze vrouwen, met vermoedelijk als doel de grootst mogelijke bron van genot (en in die tijd ellende), namelijk het seksuele genot, daarmee ook te kunnen dresseren. Wanneer je dus als vrouw niet gereduceerd wilde worden tot een (seksueel) lichaam en een respectabel bestaan voor jezelf wilde opbouwen, diende je jezelf te ‘ontdoen’ van alles wat naar seks en seksualiteit neigde.

Moderne seksuele identiteit                              

We kunnen dus stellen dat er in de ontwikkeling van de vrouwelijke identiteit sprake is geweest van twee dominante vrouwelijke archetypen: ‘de hoer’ en ‘de heilige (moeder)’. Het vrouwbeeld ‘de hoer’ werd door maatschappij en kerk opgelegd aan de vrouw en de vrouw kon zich van dit stigma bevrijden door de seksuele aspecten in haar wezen te onderdrukken, te ‘ontkennen’ als het ware. Seksualiteit (bij de vrouw) hing daarbij opmerkelijk genoeg samen met andere ‘bedreigende’ karakteraspecten zoals onafhankelijkheid, assertiviteit, dominantie, intelligentie etc.

Kortom: het gaat hier om persoonlijkheidsaspecten waarmee je je als mens (bewust) zou kunnen bevrijden van opgelegde doctrines en bepaalde machtsverhoudingen. Op het moment dat de vrouw dit immers kenbaar maakt, op welke manier dan ook, wordt zij afgestraft door haar het predicaat ‘slet’ toe te kennen, de moderne variant op het archetype van de ‘hoer’. En veelal heeft het niet eens per definitie te maken met promiscue gedrag, maar gaat het eerder om een bepaalde attitude, zoals Tanenbaum aangeeft in haar boek I am not a slut uit 2015. Tanenbaum omschrijft het als een bepaald zelfvertrouwen dat dit ‘type’ vrouw lijkt te hebben over haar lichaam.

Zagen we dit niet eerder bij Lilith en Maria Magdalena? Onafhankelijke, assertieve vrouwen met genoeg zelfvertrouwen om voor alle aspecten in zichzelf te staan. Dat de omgeving het afkeurt is één ding, maar dat de moderne vrouw zelf nog steeds schaamte voelt met betrekking tot (haar) seksuele genot is natuurlijk een tweede.

Met het afkeuren van onszelf en onze verlangens volgt het afkeuren van de ander en haar seksuele verlangens. Wanneer de omgeving zich niet langer richt op het najagen van seksueel genot, wordt het daarmee ook niet langer van jou verwacht. Dat zou een onderliggende (onbewuste) gedachte bij vrouwen kunnen zijn. Ik zou haast willen stellen dat de moderne vrouw (die serieus genomen wil worden) opnieuw interacteert op de wijze zoals de geestelijke dochters deden: wij staan boven het zondige, verachtelijke gedrag van het vleselijke genot… en dat gaan we als volgt bewijzen, namelijk door ons nadrukkelijk te distantiëren van onze ‘gevallen’ zusters.

Daarmee houd je immers als vrouwen de schaamtecultuur rondom seksualiteit in het vrouwelijke gedrag in stand. Wanneer word je niet als (louter) seksueel wezen gezien? Door niet te vervallen in ‘sletterig’ gedrag. En vrouwen die zich daar wel ‘schuldig’ aan maken, worden (ook) door hun vrouwelijke omstanders weggezet als sletten; minderwaardige vrouwen. Tanenbaum maakt mijns inziens daarom een goed punt wanneer ze in haar boek zegt dat het woord ‘slet’ als zodanig afgeschaft dient te worden. Het refereert immers te veel aan een eeuwenoud stigma met betrekking tot vrouwen, waar de moderne vrouw (inmiddels!) aan voorbij dient te gaan, vooral nu ze daar zelfstandig invloed op kan uitoefenen.

Emancipatie van ‘de hoer’

En hoe kunnen we de actuele #MeToo-beweging plaatsen in de emancipatie van de vrouwelijke status en identiteit? Wat wordt hier wezenlijk mee hersteld als het gaat om het (dominante) vrouwbeeld?

In Denemarken waait er dankzij Ekaterina Andersen, Louise Kjølsen en Nikita Klæstrup een nieuwe feministische wind, schrijft Maral Noshad Sharifi in NRC. De drie vrouwen – een psycholoog, een theoloog en een politiek commentator – schreven het Ludermanifestet (Hoerenmanifest). In de media spreekt het trio over zaken die voor veel jonge vrouwen herkenbaar zijn; van ‘slutshaming’ en ‘revenge porn’ tot seksueel misbruik. Op foto’s en in de media zijn ze schaars gekleed te zien. Het doel van de drie is om mensen bewust te maken van de etiketten die ze op vrouwen plakken die graag hun seksualiteit laten zien. ‘Wij zeggen niet dat alle vrouwen in een luipaardpakje moeten rondlopen en hun borsten en billen moeten laten zien’, zegt Kjølsen. ‘Wij zeggen dat je moet nadenken over de vooroordelen die je hebt als je ons ziet.’

Mannen mogen in onze maatschappij meerdere kanten hebben, zeggen de drie Deense vrouwen. Ze kunnen slim én succesvol én knap en sexy zijn. Kjølsen: ‘Neem David Beckham, hij is een voetballer en een zakenman. Als hij dan in zijn onderbroek waar duidelijk zijn piemel in te zien is op reclameposters verschijnt, doet het niet af aan hoe slim mensen hem vinden. Ik heb dat privilege niet.’

De reacties op hun manifest zijn uiteenlopend, zeggen ze. ‘Feministes die al langer meedraaien zeggen: “Wij vochten ervoor om er niet als barbiepopjes uit te hoeven zijn en wat doen jullie…?” Maar volgens mij is het probleem niet, zegt Kjølsen, dat zij hoge hakken en lippenstift moesten dragen. Het probleem is dat zij geen andere keuze hadden.’ Die tijden zijn voorbij. ‘Inmiddels mogen we gelukkig zelf kiezen wat we dragen. Wij kiezen er nu dus voor om er zo uit te zien. Je kunt jezelf toch geen feminist noemen en vervolgens tegen een andere vrouw zeggen wat ze wel of niet met haar eigen lichaam mag doen. Waarom moet ik meer kleren aantrekken om gerespecteerd te worden?’

Regie

Hier ligt naar mijn idee de essentie – en de potentie – van de #MeToo-beweging. Het gaat er bij deze beweging niet om de ‘eeuwenoude’ slachtofferrol ‘opnieuw’ te cultiveren. Het accent ligt op de noodzakelijke overdracht van de gevoerde regie over de lichamen en de seksualiteit van vrouwen. Deels door het uitdragen van seksualiteit, in het licht van het Deense Hoerenmanifest, en deels door het (zelf) opleggen van grenzen en restricties als het gaat om seksualiteit zoals in de #MeToo-discussie.

De ‘seksuele vrouw’, als kracht of kwaliteit, is achtergebleven bij de andere kwaliteiten waar door vrouwen zo hard voor gestreden is. Vrouwen zijn lange tijd niet serieus genomen en zijn minderwaardig geacht vanwege de dominante seksuele status die aan hen werd toegekend. Een status die werd bepaald, geïnterpreteerd en opgelegd door mannen. Het is nu aan de moderne vrouw om deze status zélf te interpreteren, te bepalen en aan zichzelf toe te kennen. Voorbij schaamte en de mogelijke angst dat de internalisering van de vrouw als seksuele (oer)kracht in beeld en denken afbreuk zal doen aan alle andere ‘verworven’ kwaliteiten.


Annalin van Putten is 4de-jaars student Zingeving en Spiritualiteit aan de Academie voor Geesteswetenschappen in Utrecht.
 

Literatuur

  • Bechtel, G., De vier vrouwen van God. De hoer, de heks, de heilige en de kwezel, Uitg. Averbode/Agora, Kampen, 2000.
  • Berghe, van den, J., Glorieuze wijven en duivelinnen. Vrouwen Histories, Uitg. Manteau, Antwerpen, 2012. 
  • Bergman, S., Sletvrees. Inzoomen op uiterlijk, seks en cultuur, Uitg. Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, 2013.
  • Black Koltuv, B., Lilith. ‘Het donkere vrouwelijke’, Uitg. Aionion Symbolon, Amstelveen, 2003.
  • Duby, G. en Perrot, M. (red.), Geschiedenis van de vrouw. Van Renaissance tot de moderne tijd, Uitg. Agon, Amsterdam, 1992.
  • Laterveer, M., Vrouwen & Seks. Van moederliefde tot seksrobot, Uitg. Lebowski, Amsterdam, 2017.
  • Laterveer, M., interview met, door Nadia Ezzeroilli, in: de Volkskrant, 30 september 2017.
  • Monroe, M., Ik ben alleen. Dagboekfragmenten, brieven, gedichten, bezorgd door Stanley Buchthal en Bernard Comment, Uitg. Meulenhof, Amsterdam, 2010.
  • Mulder-Bakker, A.B., Verborgen Vrouwen. Kluizenaressen in de Middeleeuwse stad, Uitg. Verloren, Hilversum, 2007.
  • Nuyttens, M., Kwezeltjes dansen niet. Kwezels en devote gemeenschappen in Vlaanderen in de 17de-18de eeuw. Uitg. Davidsfonds, Leuven, 2013.
  • Palmen, C., De zonde van de vrouw, Uitg. Stichting CPNB, Amsterdam, 2017.
  • Ralls, K., Maria Magdalena. Geschiedenis en geheimen, Librero, Kerkdriel, 2013.
  • Reijmer, L., ‘2017, Het jaar van de kloof (nee, die andere)’, in: de Volkskrant, 19 december 2017.
  • Slavenburg, J., ‘En de man zal heersen…’. Kerkelijke beelden over vrouw en seksualiteit; een verbijsterende geschiedenis, Uitg. BF, Amstelveen, 2008.
  • Slavenburg, J., Het Evangelie van Maria Magdalena, Uitg. Ankh-Hermes, Deventer, 1997.
  • Slavenburg, J., De mislukte man. Vrouwenhaat in het Christendom, Uitg. Alpha, Zutphen, 1996.
  • ‘Wij zijn geen hoeren als we ons lichaam laten zien’, door Maral Noshad Sharifi, in: NRC Handelsblad, 13 december 2017.

2 gedachten over “De heelwording van de oergodin: de emancipatie van de ‘hoer’

Een reactie plaatsen