Weten-schap

Column · september 2026

Degene die het zou moeten weten

Over de plek waar we ons niet-weten neerleggen


Er komt iemand naar je toe en vertelt je iets wat hij nog nooit hardop heeft gezegd. Je doet niets bijzonders. Je luistert. En toch kan zo’n uitwisseling grote uitwerking hebben. Wat er dan kan gebeuren, is dat jij degene wordt die het zou moeten weten. Niet omdat je het weet, maar omdat de ander ongemerkt iets van zichzelf bij jou neerlegt.

Jacques Lacan beschreef dat als het subject dat verondersteld wordt te weten1. Zodra we aannemen dat de ander iets weet wat wij zelf niet weten, ontstaat er overdracht. Het overkomt de dokter, de docent, de leidinggevende, de rouwbegeleider, de geestelijk begeleider. Iemand vertrouwt je zijn verhaal en zijn vragen toe, en gaat ervan uit dat jij iets weet over een leven dat je niet hebt geleefd.

Daar zit iets moois in. Overgave is een vorm van vertrouwen. We kennen haar uit liefdesrelaties, maar ook uit onze verhouding tot een gedachtegoed of denkkader dat ons vertelt hoe de wereld in elkaar zit. Het geeft rust om ergens bij te horen. Wie veronderstelt dat de ander weet wat hij zelf niet weet, kan daarin ook opluchting vinden. Het weten ligt voor even (ook) bij de ander, en de onrust die het niet-weten met zich meebrengt, hoeft niet alleen gedragen te worden.

Maar juist in die opluchting schuilt ook een verleiding. Want wat gebeurt er als we niet alleen ons niet-weten bij de ander neerleggen, maar ongemerkt ook ons eigen zoeken? Daar zit een menselijke beweging onder. Onder druk zoeken we naar houvast. Ruimte maakt ons nieuwsgieriger en geduldiger; wie weinig ruimte ervaart, grijpt eerder naar wat zekerheid biedt.

En ruimte is precies wat er nu weinig is.

De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving noemde ons vorig jaar niet voor niets een hypernerveuze samenleving2. We moeten omgaan met grote onzekerheid. Is er nog een werkend zorgstelsel wanneer ik zorg nodig heb? Kan ik blijven meedoen, terwijl de maand steevast twee weken te lang duurt? Kan een volgende generatie het ouderlijk huis nog verlaten? Hoe groter die onzekerheid, hoe begrijpelijker het verlangen naar opluchting. Naar iets of iemand die zegt: zo zit het, zo doen we het hier.

Dat kan een persoon zijn, maar ook een groep, een overtuiging of een gedachtegoed. Het brengt orde aan in de ruis van het niet-weten. En als anderen die overtuiging delen, ontstaat er een gevoel van saamhorigheid: we delen een verhaal over hoe de wereld in elkaar zit.

En voor je het weet ontstaat er een wij en een zij.

Als het gedeelde verhaal voor mij de onzekerheid oplost, wat hoef ik dan zelf niet meer onder ogen te komen? Misschien ligt juist daar een van de grote opgaven van deze tijd. Terwijl groepen steeds scherper tegenover elkaar lijken te staan, staan we voor vraagstukken waarvoor niemand het antwoord alleen bezit en één perspectief niet volstaat. We hebben elkaar dus nodig.

Misschien ontstaat wijsheid niet doordat één van ons het weet, maar doordat we in staat zijn ons eigen weten lang genoeg open te houden om iets nieuws te laten ontstaan.

Je zou de onrust van deze tijd ook als groeistuip kunnen zien. Transitiedenkers als Jan Rotmans wijzen erop dat in een verandering van tijdperk het oude vastloopt terwijl het nieuwe nog moet ontstaan4. Niet méér weten, maar anders omgaan met wat we nog niet weten. Onze eigenheid daarin niet verliezen en openblijven voor wat de ander ziet. Niet ondanks het verschil, maar daardoor samen wijzer worden.

Zo bezien vraagt deze tijd om een volgende stap in ons mensbeeld. Niet de autonome mens die alles zelf moet kunnen en weten. Evenmin de mens die zijn richting uit handen geeft aan degene die het zou moeten weten of opgaat in het collectief. Maar een mens die zichzelf leert verstaan in verhouding tot anderen, eigenaarschap neemt en beseft dat we onszelf en onze wereld nooit alleen kunnen begrijpen. Die gedachte kent een lange traditie, onder meer bij Martin Buber5 en in Ubuntu6: mens-zijn krijgt vorm in verhouding tot anderen, zonder dat we onze eigenheid hoeven op te geven.

Daar begint het werk in ons domein.

De ander blijven zien zonder dat die iets voor jou hoeft op te lossen. En andersom: zonder jouw eigenheid op te leggen of te bepalen hoe het leven van de ander geleefd moet worden.

En intussen is er nog iets bijgekomen. Naast de dokter, de docent, de leider, de groep of het gedachtegoed is er een nieuwe plek waar we onze vragen en ons niet-weten kunnen neerleggen: kunstmatige intelligentie. AI is in apps op de telefoon doorgedrongen tot in ons dagelijks bestaan. We stellen AI, een taalmodel, een vraag en krijgen binnen enkele seconden een helder en overtuigend antwoord. Dat kan helpen om te ordenen, te onderzoeken en tot nieuwe gedachten te komen.

Maar wat als we niet alleen informatie ophalen, maar ook de onrust van het niet-weten uit handen geven? Wanneer we minder met iemand om ons heen praten over wat ons bezighoudt en vooral met een systeem dat altijd beschikbaar is, altijd iets terugzegt en opvallend gemakkelijk met ons meebeweegt (sycophancy)3. Wat gebeurt er dan met de ontmoeting?

In een gesprek met een ander mens krijg je niet alleen een antwoord. Je ontmoet iemand die niet zoals jij is. Iemand kan zwijgen, een vraag stellen die je liever niet hoort of iets zien wat je zelf nog niet zag. Juist daarin kan een ontmoeting ons veranderen. De vraag is dus niet alleen wat kunstmatige intelligentie voor ons kan weten, maar of wij onszelf blijven meenemen.

Een

Wat denken en voelen we zelf?

Twee

Waarvoor willen we staan?

Drie

Wat hebben we zélf onder ogen te zien?

Het patroon is oud. De plek waar we ons niet-weten neerleggen, is nieuw.

Dat je jezelf blijft meenemen, is voor mij persoonlijk existentieel leiderschap. Niet alles zelf weten, maar richting geven en openblijven voor wat je nog niet weet. De ander nodig hebben zonder hem verantwoordelijk te maken voor jouw antwoord.

Verder denken › Over de paradox dat met innovatie onze kennis groeit terwijl ons leven niet begrijpelijker wordt, staat onder deze column een verdiepingscard bij Nexus van Yuval Noah Harari.

Jezelf verstaan vraagt soms juist om de ander. Want in de ontmoeting met iemand die niet samenvalt met jou, kan je blik verschuiven. De ander kijkt anders, hoort anders en stelt misschien precies de vraag die jij jezelf niet had gesteld. En ongemerkt vormen we elkaar. Niet doordat we hetzelfde worden, maar doordat we onszelf door de ogen van de ander opnieuw leren zien. Zo bouwen we een wereld waarin we ons allemaal beter kunnen herkennen. Niet door het antwoord te zoeken bij die ene persoon of die ene groep, maar door onszelf te ontmoeten in verhouding tot wie anders is dan wij.

Ronald Meester, hoogleraar kansrekening, liet ons bij de opening van ons tiende jaar iets zien. Wie twee derde als breuk opschrijft, schrijft tegelijk de opgave en het antwoord op. Ze staan op hetzelfde papier. Hij laat zijn studenten ermee struikelen over hun eigen begrippen, want daar begint het denken, ook buiten de wiskunde. Wat wij een antwoord noemen, ligt soms al besloten in de manier waarop wij de vraag stellen. Maar om elkaar te verstaan, hoeven we nog niet onder dezelfde noemer te vallen.

Ons werk is daarom misschien niet het antwoord geven.

Ons werk is de vraag te laten bestaan.

Wat zou er gebeuren als je eens een gesprek voert waarin niets wordt opgelost? Als je niet onmiddellijk adviseert, duidt of repareert? Als je de stilte niet vult met wat jij denkt te weten? Wat dient zich dan aan?

Misschien ontstaat daar de ruimte die in een hypernerveuze samenleving zo schaars is geworden. Ruimte om jezelf onder ogen te komen, voor de ander om werkelijk anders te zijn, en om elkaar te veranderen zonder elkaar te hoeven overtuigen. Onze studenten leren de ander te ontmoeten zonder het antwoord te willen zijn. Dat is een waarlijk vak, voor goede verstaanders.

Dit jaar vieren wij ons tiende collegejaar, met het grootste cohort studenten dat wij ooit verwelkomden. Trots op wie we zijn en waar we voor staan: ruimte maken voor ziel, zorg en zingeving. Op zaterdag 6 maart vieren wij het samen, met Jan Rotmans als gast.

De ander ontmoeten, jezelf verstaan.

Ik wens u een goed najaar, en gesprekken die langer duren dan ze mogen.

Jeanette

Jeanette A.M. Krijnen
directeur Academie voor Geesteswetenschappen

Verder denken

We weten meer. Maar begrijpen we ons leven beter?

Yuval Noah Harari stelt in Nexus een intrigerende vraag: wie begreep zijn eigen leven beter, een jager-verzamelaar van vijftigduizend jaar geleden of de gemiddelde mens van nu? Zijn antwoord is de jager-verzamelaar.

Dat klinkt vreemd. Die wist immers veel minder dan wij. Hij wist niet wat de trekroutes bepaalde van de dieren waarop hij jaagde, wat planten deed groeien, waardoor mensen ziek werden of waarom ze ouder werden. Onze kennis over de wereld om ons heen is sindsdien spectaculair gegroeid.

Maar iedere nieuwe manier waarop we de wereld organiseren, verandert ook de werkelijkheid waarin we leven. En daarmee zijn we ons eigen leven niet noodzakelijk beter gaan begrijpen. Inmiddels wordt ons leven mede bepaald door financiële, politieke, juridische en technologische systemen die we zelf hebben voortgebracht. Iedere innovatiesprong vergroot wat we kunnen en weten, maar verandert tegelijkertijd de wereld waarin we onszelf moeten proberen te begrijpen.

Volgens Harari voegt kunstmatige intelligentie daar een systeem aan toe. AI geeft ons niet alleen toegang tot kennis; deze technologie brengt nieuwe mogelijkheden en werkelijkheden voort waartoe wij ons opnieuw moeten leren verhouden.

Hoe zorgen we ervoor dat we daarin onszelf niet uit handen geven?

Bron. Yuval Noah Harari, Nexus. Van het stenen tijdperk tot AI, een beknopte geschiedenis van informatienetwerken (Thomas Rap, 2024).

Noten

1. Het subject dat verondersteld wordt te weten. Lacan gebruikte dit begrip in zijn elfde seminarie (1964) voor een kernmechanisme van overdracht: niet de feitelijke kennis van de ander, maar de veronderstelling dat die ander weet, zet het proces in gang. Psychoanalytisch Woordenboek, Verondersteld wetend subject

2. De hypernerveuze samenleving. De term komt uit het advies Op de rem! Voorbij de hypernerveuze samenleving van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (2025). RVS, Op de rem!

3. Sycophancy. Term voor het verschijnsel dat taalmodellen zich te gemakkelijk kunnen voegen naar overtuigingen of voorkeuren van de gebruiker. Anthropic, Towards understanding sycophancy in language models

4. Transitie en chaos. Jan Rotmans beschrijft onze tijd als een verandering van tijdperk: het oude loopt vast, terwijl in de onderstroom nieuwe vormen ontstaan. Chaos en onzekerheid zijn in zijn transitiedenken ook onderdeel van vernieuwing. Jan Rotmans, Omarm de chaos · NRC, De onderstroom als bron van hoop

5. Martin Buber en het dialogische mensbeeld. In Ich und Du (1923) denkt Buber het menselijk bestaan vanuit de verhouding tussen Ik en Jij: het zelf krijgt gestalte in relatie en ontmoeting. Stanford Encyclopedia of Philosophy, Martin Buber

6. Ubuntu en relationeel mens-zijn. Ubuntu benadrukt dat mens-zijn mede in relatie tot anderen en gemeenschap wordt gevormd; vaak verbonden met umuntu ngumuntu ngabantu: een mens is een mens door andere mensen. Internet Encyclopedia of Philosophy, Hunhu/Ubuntu

Blijf meelezen

Elke maand een column, en wat er bij ons speelt aan colleges, masterclasses en ontmoetingen. Meld je aan voor onze nieuwsbrief en lees mee.

Aanmelden nieuwsbrief

10 jaar Academie voor Geesteswetenschappen

De ander ontmoeten, jezelf verstaan

Ruimte voor ziel, zorg en zingeving