fbpx

Meld je aan voor een opleiding

Aanmelden

Drieluik non-dualiteit: Wat is non-dualiteit?

Wat is non-dualiteit?

Deel 1 van een drieluik over de geen-tweeheid, artikelen uit de scriptie van Anje Manuputty, oud-student aan de Academie

Wat is de zin van het leven? Waarom zijn we hier op aarde? Wat schuilt er achter het wonder van de natuur? Wat is er nog meer, wat wij niet kunnen waarnemen met onze beperkte zintuiglijke vermogens? Wat is werkelijkheid en wat zit er achter die sluier die ons gezichtsveld vertroebelt en waarvan we hooguit een glimp kunnen opvangen? Allemaal vragen waar we niet zo 1-2-3 een antwoord op hebben.

Door deze vragen echter in een context van non-dualiteit te plaatsen, helpt het ons meer inzicht in het bestaan te krijgen. Non-dualiteit is niet voor niets de basis die ten grondslag ligt aan verschillende spirituele tradities, wereldbeschouwingen en filosofieën. In dit artikel zal ik enkele daarvan belichten om een beter beeld van het begrip non-dualiteit te verkrijgen en om vervolgens wellicht een brug te slaan naar bovengenoemde vragen. Geen pasklare antwoorden dus, maar een handreiking om er zelf mee aan de slag te gaan.

India

Daar het in dit kader onmogelijk is een compleet beeld te geven, zal ik me nu uitsluitend richten op advaita, de non-dualiteit van India. Veel spirituele leermeesters vertrokken uiteindelijk naar het westen om hun boodschap ook in Amerika en/of Europa uit te dragen. Dat geldt in deze bijdrage overigens uitsluitend voor Swami Vivekananda en Paramahansa Yogananda. De term advaita veranderde soms in non-dualisme en sloot daarmee aan bij de in het westen bestaande non-dualistische tradities.

Wat is non-dualiteit nu precies?

Non-dualiteit of ongescheidenheid, de visie dat alles één is en waarin ik, jij en zij, wij zijn. De visie dat alles wat zich in onze werkelijkheid manifesteert slechts een illusie is. Dat tweeheid (dualiteit), de wereld zoals die zich aan ons voordoet, feitelijk niet bestaat. Dat alles voortkomt uit dat ene, uit het Absolute, uit God, zo men wil.

Persoonlijk vind ik de uitleg van het begrip non-dualiteit van Ilse Dorren in Metafysica heel helder:

 Een onbegrensd beginsel dat niet aan tijd of plaats gebonden is en elke voorstelling te boven gaat… Doordat het eeuwige principe geen grenzen heeft, bestaat er niets daarbuiten… Noemen we het eeuwige principe gemakshalve god, dan kunnen we dus stellen dat als er buiten god iets bestaat, god begrensd is. Buiten zijn goddelijke begrenzing bestaan er dan mensen, dieren, planten en dingen die niet-god zijn… Als er een god bestaat is hij dus allesomvattend en zijn we dus één met god. Stonden we los van hem, dan was er namelijk een grens tussen twee groepen: god aan de ene en mensen, dieren etc. aan de andere kant. Als god allesomvattend is, kan de wereld om ons heen nooit reëel zijn. Was ze werkelijk, dan was god ten dele meetbaar, want opgebouwd uit mensen, dieren, planten en dingen.

Advaita

Als we kijken naar het non-dualisme in India dan hebben we het doorgaans over een stroming binnen het hindoeïsme die advaita (niet-tweeheid) genoemd wordt. Hierbij komt al gauw de naam Shankara op: een brahmaan uit Zuid-India die leefde van ca.788 tot 820. Shankara besteedde in zijn leer veel aandacht aan de bewustzijnstoestand waarin men de ware werkelijkheid, de staat van eenheid met het goddelijke, zou kunnen ervaren. Hij was van mening dat de mens er uiteindelijk toe zou moeten komen om deze toestand permanent te laten zijn. Als dat het geval is, is hij een jivanmukta, een zelfgerealiseerde die de verlichting heeft bereikt (Kranenborg, 2003).

Mandukya Upanishad [1]

Shankara

Shankara’s leer is vermoedelijk beïnvloed door Gaudapada die in de 6e eeuw leefde. Gaudapada schreef een commentaar op de Mandukya Upanishad, de upanishad die uit de eerste eeuwen van onze  jaartelling dateert (Renard, 2005):

Zodra een persoon ontwaakt uit de door de beginloze illusie (maya) veroorzaakte slaap, ontwaakt hij in geboorteloze, slaaploze, droomloze non-dualiteit (advaita). Als de wereld zou bestaan, zou deze zonder twijfel ook verdwijnen. Maar deze dualiteit (dvaita) is louter illusie. Non-dualiteit (advaita) is de hoogste waarheid.

Deze nadruk op ‘hoogste waarheid’ maakte dat een bepaalde stroming binnen de Vedanta (het einde van de Veda’s) ‘Advaita Vedanta’ is gaan heten. Echter het is vooral aan het werk van Shankara en zijn leerlingen te danken dat de Advaita Vedanta een specifieke school is geworden.

Het niet-beseffen van deze waarheden wordt veroorzaakt door de versluierende kracht van illusie die maakt dat wij denken apart te staan van het Absolute. Het zonder twijfel doorzien van deze illusie wordt bevrijding (moksha) genoemd. Advaita Vedanta wordt dan ook wel de weg van Jnana oftewel de weg van Besef (van het twijfelloos doorzien) genoemd (Renard, 2005).

Ramana Maharshi

Eén van de meest invloedrijke spirituele leermeesters van het India van de vorige eeuw en advaitist bij uitstek, werd in 1879 in Tiruchuli, in het huidige Zuid-Indiase Tamil Nadu geboren. Op 16-jarige leeftijd onderging Ramana Maharshi (hier, kennelijk zonder aanleiding, een doodservaring waarbij hij zich ervan bewust werd dat zijn werkelijke natuur onvergankelijk was en niets van doen had met zijn lichaam noch met zijn ego. Zijn persoonlijke individualiteit hield vanaf die dag op te bestaan.

Arunachala

Ramana vertrok naar de hellingen van de berg Arunachala waar hij de eerste jaren in afzondering leefde. Langzaamaan groeide er een gemeenschap volgelingen rondom hem. In 1922 ontstond aan de voet van de berg in Tiruvannamalai de Ramanaramam ashram. Ramana was overigens niet erg spraakzaam maar benadrukte dat de stille krachtstroom die er van hem uitging, zijn leer in de meest directe en geconcentreerde vorm weergaf. Hij verklaarde zelfs dat zijn leer in woord en geschrift alleen maar bedoeld was voor degenen die zijn stilte niet konden begrijpen. (Godman, 1990).

Hoe intens en bijzonder deze krachtstroom op zijn bezoekers en volgelingen kon inwerken wordt heel treffend en helder omschreven door de Britse journalist Paul Brunton in A Search in Secret India (1934), waarvan hier het begin:

The minutes slowly pass but the silence only deepens. I am not religious but I can no more resist the feeling of increasing awe which begins to grip my mind than a bee can resist a flower in all its luscious bloom. The hall is becoming pervaded with a subtle, intangible and indefinable power which affects me deeply. I feel, without doubt and without hesitation, that the centre of this mysterious power is no other than the Maharishee himself.

(Niet te verwarren met de later onder de naam Maharishi Mahesh Yogi bekend geworden spiritueel leider). Een andere bezoeker zegt dat de aanwezigheid van Ramana was ‘als een doorlopend bad van licht, dat doordrong tot in de diepste uithoeken van mijn denken en voelen.’ (Renard, 2008).

Zelfonderzoek

Ramana Maharshi

Wat houdt nu de leer van Ramana Maharshi in? De centrale term in zijn leer is het Zelf of ik. Hij liet iedere bezoeker zichzelf de vraag stellen: ‘Wie ben ik?’ met als doel een zelfonderzoek op te starten. Ramana ziet het Zelf of ik niet als een ervaring van individualiteit maar als een niet-persoonlijk alles-bevattend bewustzijn. Het gaat dus niet om het individuele zelf of het ego, want dat bestaat in wezen niet.

Verzinsel van de geest

In de illusie waarin wij leven lijkt het ego te bestaan en groeit het zelfs omdat wij ons ten onrechte identificeren met objecten. Ramana noemt dit echter een verzinsel van de geest die de ervaring van het ware Zelf verduistert. Wij kunnen ons hiervan alleen maar bewust worden als de zelf-beperkende neigingen van de geest (het denken) hebben opgehouden te bestaan. Anders bekeken: als wij ons verbeelden dat er uitsluitend objecten in onze aandacht zijn dan moet er tegelijkertijd ook het ik als subject zijn. Niet het persoonlijke ik, het ego, – wat in feite ook een object is dat, net als alle andere objecten, slechts tijdelijk optreedt -, maar het Zelf dat als het ware vanaf een afstand toekijkt.

Buskruit

Niet iedereen is overigens in staat om snel op het niveau van zelfverwerkelijking te komen. Ramana vergeleek dit wel eens met het proces van verbranding: ‘Buskruit vat vlam door een kleine vonk, steenkool heeft enige tijd van verhitten nodig en natte kolen moeten eerst drogen en lang verwarmd worden voordat ze willen gaan branden.’ (Godman, 1990). Door echter te volharden in de methode van zelfonderzoek zal uiteindelijk het besef van non-dualiteit, van bevrijding, doorbreken.

Ramana Maharshi overleed in zijn ashram in Tiruvannamalai op 14 april 1950 op 70-jarige leeftijd.

Nisargadatta Maharaj

Een andere bekende advaitist is Nisargadatta Maharaj (Bombay, 1897-1981). Zijn leer verschilde weinig met die van Ramana Maharshi. Het lastige was alleen dat Nisargadatta de neiging had in paradoxen te spreken, waardoor hij soms moeilijk te volgen was. Het ene moment reikte hij concepten aan, die hij ’t volgende moment weer onderuit haalde. We houden ons teveel vast aan concepten, aan denkbeelden, terwijl we juist op zoek moeten gaan naar de oorsprong ervan, zo stelde hij. Door terug te gaan naar de bron van alles, naar ‘ik ben’, kom je bij het Absolute, het onveranderlijke. Lichaam en geest zijn niet meer dan symptomen van onwetendheid en onbegrip. Voordat de geest er is, ben ik, zo stelde hij. Nisargadatta beschouwde het concept ‘Ik ben’ als datgene wat verteerd moet worden, doorgeslikt, opgelost. (Ik Ben Zijn, 1973)

Ramesh Balsekar

Gepensioneerd bankdirecteur, filosoof en vertaler Ramesh Balsekar (1917 – 2009) uit Mumbai (het vroegere Bombay) was een leerling van Nisargadatta Maharaj. Wat Balsekar aanvankelijk aantrok in advaita waren de overeenkomsten met de laatste bevindingen van de moderne wetenschappen.

Balsekar probeerde zijn volgelingen duidelijk te maken dat bewustzijn het enige is wat bestaat. En als alles bewustzijn is, dan is dualiteit niet mogelijk. Waarneming, het waargenomene en de waarnemer zijn dan één.

Geest, zei hij, is dan ook niets anders dan Bewustzijn dat zichzelf beperkt heeft door zich te identificeren met een individueel psychosomatisch mechanisme. De kosmische energie van Bewustzijn heeft de illusie geschapen van een wereld en het gevoel een ego te zijn.

Kwantumfysica

Balsekar laat ons zien, dat, hoe je het ook bekijkt, wij in feite niet bestaan als individuele entiteit. Alhoewel wij uiterlijk (in de duale wereld) een naam en een vorm lijken te hebben, is dat niet de waarheid. Het menselijk wezen is feitelijk een verzameling van ledematen en organen, die op hun beurt weer verzamelingen zijn van kleine levende schepseltjes, cellen genoemd. Deze cellen verder ontleed komen we uiteindelijk uit bij de kwantumfysica die ons vertelt dat zelfs onze kleinste deeltjes voornamelijk uit pure energie bestaan, een trilling van energie volgens een bepaald patroon. Volledig uitvergroot, zijn we dus helemaal niets, d.w.z. niets materieels. We zijn niet anders dan puur Bewustzijn. (Balsekar, 1989).

Swami Vivekananda

Swami Vivekananda Chicago, september 1893

Swami Vivekanda, geboren in Calcutta in 1863, was een leerling van Sri Ramakrishna. Hij was 30 toen hij naar Amerika vertrok waar hij sprak tijdens het ‘World’s Parliament of Religions’ in Chicago. Na vele voordrachten in de Verenigde Staten en Europa keerde Vivekananda in 1900 terug naar India. Daar legde hij zich toe op de scholing van monniken in een combinatie van de vier yoga’s: de weg van het handelen (karma), van de kennis (jnana), van de devotie (bhakti) en van meditatie (raja).

Sluiers van maya

God of Brahman, zei Vivekananda, hoewel verschijnend in twee gedaanten: veranderlijk, gemanifesteerd en onveranderlijk, niet gemanifesteerd, is altijd Eén. Door ons te oefenen in de vier yoga’s kunnen we de eenheid bereiken, het kernideaal van (advaita) vedanta. We kunnen de illusoire, gemanifesteerde wereld ontstijgen, door te proberen overal het goddelijke in te zien. De sluiers van maya, van onze droomwereld zullen ons dan geleidelijk aan ontvallen waardoor de werkelijkheid zichtbaar wordt en we ons bewust worden van onze eenheid. Pas dan zijn we echt vrij. (Vedanta. Stem van innerlijke vrijheid, 2001).

Paramahansa Yogananda

‘. . . Een vereenvoudigde advaita-vedanta, waarbij de steun van een meester van belang is.’ (Kranenborg, 2003). Zo wordt de leer van Paramahansa Yogananda (1893 – 1952) kort omschreven in Encyclopedie van de Mystiek. Fundamenten, tradities en perspectieven. (2003). Yogananda raakte vooral bekend door de publicatie van zijn dagboek Autobiography of a Yogi in 1948.

Hij studeerde af aan de Universiteit van Calcutta en aangetrokken door het spirituele, kwam hij al snel in aanraking met zijn leraar Swami Sri Yukteswar (1855-1936, auteur van The Holy Science). In 1920 ontving Yogananda een uitnodiging om te spreken tijdens een in Boston, Verenigde Staten te houden ‘International Congress of Religious Liberals’. In de jaren die volgden gaf hij vele lezingen en Kriya Yoga cursussen in verschillende steden verspreid over het land. Hij slaagde erin een behoorlijke aanhang te verwerven en richtte er de Self Realization Fellowship (SRF) op. Slechts eenmaal keerde Yogananda terug naar India, dat was in 1935-1936. Een bezoek dat vooral bedoeld was om afscheid te nemen van zijn guru Sri Yukteswar.

Kriya Yoga

Swami Kriyananda gezeten bij een portret van P. Yogananda tijdens een retreat in Gurgaon, maart 2007

Yogananda en zijn latere opvolger Swami Kriyananda zagen zelfrealisatie als hoogste doel. Dit kon het best bereikt worden door Kriya Yoga, een combinatie van fysieke oefeningen en meditatie. Onder zelfrealisatie werd verstaan (Yogananda, 2003):

The knowing – in body, mind, and soul – that we are one with the omnipresence of God; that we do not have to pray that it come to us, . . . but that God’s omnipresence is our omnipresence; and that we are just as much a part of Him now as we ever will be. All we have to do is improve our knowing.

In Journey to Self-Realization (2003) legt Yogananda uit waarom je in je droom over water kan lopen:

Because both are merely thoughts. So once you realize, as Jesus did, that there is essentially nothing in the universe but mind or consciousness, you can do anything. The body is materialized thought and the ocean is materialized thought and you can put one thought on another.

Met dergelijke vergelijkingen probeerde Yogananda zijn volgelingen en ook het grote publiek voortdurend voor te houden dat God de enige werkelijkheid was. Liefde voor God was een aspect waar sowieso veel nadruk op gelegd werd in de leringen. In dat opzicht was het ook een bhakti-beweging. Aansluiting bij de beweging stond open voor aanhangers van ongeacht welke godsdienst. Het ging om het geloof in de hoogste waarheid: Brahman, God, Allah, Jahweh . . . de naam en bijbehorende uiterlijkheden als rituelen, heilige boeken en liturgie deden er allemaal niet toe omdat alles leidt naar Eén en hetzelfde.

Advaita in het westen

Volgens Renard (2005) schreef een Italiaanse Jezuïet, Roberto de’Nobili in 1613 voor het eerst enige wezenlijke dingen over het non-dualisme. De’Nobili had enige tijd aan de Indiase westkust gewerkt waarna hij zich in 1606 in Madurai (Tamil Nadu) vestigde en zich in het gewaad van een sanyasin hulde. Hij leerde Tamil en Sanskriet  en bestudeerde de filosofische aspecten van het hindoeïsme. Hij maakte als eerste melding van Shankara, als grondlegger van de leer van ‘maya’ en gebruikte de term ‘aduaiaa’ (advaya of non-dualiteit): ‘. . . zij beschouwen alles als één, omdat zij de veelvoud der dingen zien als onwerkelijk.’ Het geschrift van De’Nobili werd pas in 1972 gepubliceerd; eerdere publicatie was door het klimaat binnen de katholieke kerk kennelijk niet mogelijk geweest. Enkele jaren eerder nog (in 1600) kwam zijn landgenoot Giordano Bruno wegens non-dualistische ideeën op de brandstapel terecht. (Renard, 2005). Non-dualistische aspecten in spiritualiteit waren buiten India overigens ook al veel eerder te vinden in bijvoorbeeld de leer van Meister Eckhart in Duitsland (13e eeuw) (Zuijderhoudt, 2008) of nog langer geleden in de Hermetica in hellenistisch Egypte (ca. 2e eeuw) (Corpus Hermeticum, 1991).

Douwe Tiemersma

Douwe Tiemersma

Tiemersma (1945 – 2013) studeerde biologie en filosofie in Amsterdam. Hij gaf les aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en was sinds 1972 ook yogaleraar. In 1980 had Tiemersma een ontmoeting met Sri Nisargadatta Maharaj in Mumbai en kreeg van hem een inwijding. Hierna richtte Tiemersma in Gouda het Advaita Centrum op waar hij wekelijkse satsangs hield. Tevens was hij mede-oprichter en eindredacteur van het blad ‘InZicht’.

Tiemersma legt in Non-Dualiteit (2008) uit wat hij onder Advaita Vedanta, de op basis van de Upanishaden uitgewerkte filosofie, verstaat. ‘Ook in het boeddhisme en daoïsme en in de joodse, christelijke en islammystiek is de non-dualistische visie aanwezig als de hoogste waarheid. Non-dualiteit vormt de kern van elke spiritualiteit en mystiek.’ Hij betoogt dat non-dualiteit in de Upanishaden als het begin van alles wordt gezien. ‘Van hieruit ontstonden de splitsingen en scheidingen die leidden tot de veelvormige kosmos en de scheiding tussen zelf-zijn en het andere. Toch blijft de non-dualiteit de grondslag van alles.’ (2008 ).

Totale relativering

In zijn boek geeft Tiemersma tevens een praktische handreiking om zelf non-dualiteit te kunnen leren aanvaarden: Dualiteit is de bron van alle conflicten in de wereld. De oplossing moet dus gezocht worden in de totale relativering ervan. We moeten het ‘zijn’ leren ervaren als een geheel waarin alles en iedereen is opgenomen. De verschillen die dan blijven bestaan zijn niet meer van invloed op de fundamentele eenheid.

Philip Renard

Ook Philip Renard (Amsterdam, 1944) heeft veel over non-dualisme geschreven. Op jonge leeftijd was hij reeds geïnteresseerd in zenboeddhisme. In 2001 richtte hij de Stichting Advaya op met de bedoeling het universele karakter van het non-dualisme onder de aandacht te brengen. Renard houdt wekelijkse satsangs in Den Dolder.

Radicaal non-dualisme

Philip Renard

Alhoewel non-dualiteit als visie is ontwikkeld in het oosten is het in feite universeel, aldus Renard. Volgens hem vormen de hierna genoemde drie stromingen samen het werkelijke, radicale non-dualisme:

  1. De Indiase advaita
  2. Het Chinese, met Tao doordrenkte Ch’an Boeddhisme (met de Japanse variant Zen)
  3. De Tibetaans-boeddhistische benadering van Dzogchen

Alledrie, zo stelt hij, hebben een eeuwenlange traditie die hun kernboodschap tot op de dag van vandaag onvermengd hebben doorgegeven. Het zijn ook de enige stromingen waarin het non-dualisme zo expliciet benoemd wordt (Renard, 2005).

Non-dualiteit is voor Renard het inzicht dat de werkelijkheid niet iets ‘buiten’ noch alleen maar ‘binnen’ de mens is, maar iets wat ongescheiden is. De ware natuur van de mens is niet gescheiden van een hoger Beginsel, hoe dit verder ook wordt genoemd. Mijns inziens terecht stelt Renard verder dat we bij de ware aard van alles wat er gebeurt eigenlijk alleen maar kunnen spreken van ‘gebeuren’ dankzij ons ervaren ervan. Dit ervaren of kennen, is er dankzij het bewustzijn. Als het ervaren ophoudt, houdt alles op. Of het nu gaat om een prettige of een nare belevenis, het is ervaren. Door alle aandacht uit te laten gaan naar dit ervaren-op-zich kun je zien dat dit geen veelvoud is, geen gescheidenheid. De indrukken van veelvoud of gescheidenheid treden op in iets dat ‘niet twee’ is. Dat is non-dualiteit. (Renard, 2005).

Paul Brunton

Paul Brunton

Raphael Hurst (1898 – 1981) was een Britse boekhandelaar, journalist en auteur die, aangetrokken door de Oosterse filosofie, begin dertiger jaren van de vorige eeuw naar India en Egypte reisde. In beide landen beleefde hij bijzondere mystieke ervaringen waar hij op zeer indrukwekkende wijze over schreef in zijn boeken A Secret Search in India en A Secret Search in Egypt. Hij werd bekend onder zijn pseudoniem Paul Brunton. In India maakte Brunton kennis met vele yogi’s en guru’s bij wie hij steeds enige tijd verbleef om zich te kunnen verdiepen in hun filosofie. De climax van zijn spirituele zoektocht ervoer hij bij Ramana Maharshi in diens ashram in Tiruvannamalai. (Zie ook de bovengenoemde beschrijving van de invloedssfeer zoals door Brunton ervaren in Ramana Maharshi’s ashram). Met het boek A Search in Secret India ontsloot hij de leringen van Ramana Maharshi voor het westen. In de boeken die daarna van zijn hand zijn verschenen, is merkbaar dat de spirituele zoektocht van Brunton niet met zijn reizen naar India en de Himalaya is geëindigd. Hij ontwikkelde zich verder en schreef o.a. de meer filosofische werken Hoger dan Yoga (1941) en Het Super-Ego (1943).

Wat ben ik?

In eerstgenoemd boek verklaart Brunton dat hoe nuttig hij het uitgangspunt voor meditatie volgens de leer van Ramana Maharshi: ‘Wie ben ik?’ ook vindt, het tegelijkertijd meer als een opstap voor beginnelingen beschouwd zou moeten worden. Om verder te komen dien je de vraag te wijzigen in: ‘Wat ben ik?’ omdat alleen dát de weg openstelt voor het verstand om een (eventueel wetenschappelijk) onderzoek naar de natuur van dat eigenlijke ‘ik’ te starten.

Mentalisme

In Het Super-Ego gaat Brunton uitgebreid in op wat hij onder ‘mentalisme’ verstaat. Voorwerpen ziet hij uitsluitend als scheppingen van de menselijke geest. Anders gezegd: onze ervaring van de wereld bestaat alleen maar uit gedachten erover. De wereld zoals die zich aan ons voordoet, ziet Brunton als een bewijs van de aanwezigheid van een alomtegenwoordige Geest, die van binnenuit onze zintuigen doordringt.

Gedachtenspinsels

Verschillende advaita meesters of door advaita geïnspireerde meesters zijn hierboven aan bod geweest en duidelijk is dat allen het accent net weer iets anders leggen. De non-dualistische aspecten worden echter altijd in dualistische bewoordingen weergegeven. Dat klinkt natuurlijk paradoxaal. Toch kan het niet anders omdat we immers uitsluitend beschikken over beelden en taal die onze tools nu eenmaal zijn in een dualistische werkelijkheid en hoe zouden we anders zoiets ongrijpbaars als non-dualiteit kunnen beschrijven. Bovendien dekken woorden zelf de lading vaak onvoldoende. Soms kan er door gebruik van een metafoor een beter begrip of een besef van de betekenis ontstaan.

Spiritueel niveau

Iedere leraar hanteert hoe dan ook zijn eigen methode om duidelijk te maken wat non-dualisme inhoudt en hoe de weg er naar toe eruit ziet dan wel hoe het directe inzicht te verkrijgen. Zo paste Ramana Maharshi zijn wijze van onderricht bijvoorbeeld altijd aan aan het spirituele niveau van de mensen: Als iemand hem vroeg of God, karma of reïncarnatie bestonden, antwoordde hij dat dit inderdaad het geval was en lichtte hij dit toe vanuit het relatieve standpunt van de vrager bezien. Terwijl hij tegen iemand die moksha[2] bereikt had vertelde dat het slechts gedachtenspinsels zijn. Ondanks de uiterlijke verschillen zien we dat in alle genoemde tradities advaita of non-dualiteit uiteindelijk de basis is.

Eenheidsbesef

Het is juist door een diepgaande bewustwording van alledaagse onderscheiden begrippen als: object en subject, jij en ik, dat ons uiteindelijk leidt tot het besef dat de grond één is, non-duaal. De verdieping in de verschillende benaderingen en methodes, maakt dat het begrip ‘non-dualiteit’ begrijpelijker wordt en de kennis verfijnt, waardoor we vragen zoals genoemd in het begin van deze bijdrage, gemakkelijker kunnen beantwoorden. Uiteindelijk zal het pad dat leidt naar non-dualiteit niet een kwestie van ‘boeken bestuderen’ blijken maar eerder een door meditatie, innerlijk schouwen en groei bereikt niveau van bewustwording. Of zoals in alle advaita tradities wordt verkondigd: ‘We zijn al vrij, alleen weten c.q. beseffen we dat nog niet.’

GERAADPLEEGDE LITERATUUR

Balsekar, Ramesh. (1989). Ultieme Waarheid. Haarlem: Altamira-Becht.

Brunton, Paul. (1934). A Search in Secret India. London: Ryder.

Brunton, Paul. (1941). Hoger dan Yoga. (vert. van The Hidden Teaching Beyond Yoga. Van Hall, z.d.).

Brunton, Paul.  (1943). Het Super-Ego 1. (vert. van The Wisdom of the Overself. Moussault-van der Lee, 1984). Antwerpen: Parsifal.

Dunn, Jean (red.). (1994). Dat wat ik ben: De laatste gesprekken met Shri Nisargadatta Maharaj. Amsterdam: Samsara.

Godman, David (red.). (1990). De leringen van Ramana Maharshi. Den Haag: Mirananda.

Kranenborg, R. (2003). Mystiek binnen het hindoeisme. In J. Baers, G. Brinkman, A. Jelsma & O. Steggink (reds). Encyclopedie van de Mystiek: Fundamenten, tradities en perspectieven. Kampen: Kok.

Nisargadatta Maharaj. (1973). Ik Ben Zijn. (I Am That). (Ned. vert. W. Keers, 2000). Haarlem: Altamira-Becht.

Paranjape, Makarand (ed.). (2005). Swami Vivekananda Reader. New Delhi: Penguin Books India.

Ramana, Maharshi. (2001). Talks with Ramana Maharshi. Carlsbad (Cal.): Inner Directions.

Renard, Philip. (2008). Ik is een deur. Rotterdam: Philip Renard & Asoka.

Renard, Philip. (2005). Non-dualisme: De directe bevrijdingsweg. Cothen: Felix Uitgeverij.

Tiemersma, Douwe. (2008). Non-dualiteit: De grondeloze openheid. Rotterdam: Asoka.

Vivekananda, Swami. (2001). Vedanta: Stem van Innerlijke Vrijheid. Deventer: Ankh-Hermes.

Yogananda, Paramahansa. (1946 / 2002). Autobiography of a Yogi. Bombay: Jaico Publishing House.

Yogananda, Paramahansa. (2003). Journey to Self Realization: Collected Talks and Essays on

Realizing God in Daily Life, vol. III. Kolkata: Yogoda Satsanga Society of India.

Van den Broek, R. & Quispel, G. (red. & vert. 1991). Corpus Hermeticum. Amsterdam: In de Pelikaan.

Zuijderhoudt, C.B. (2008). Meester Eckhart versus Advaita: Thuiskomen in dezelfde bron. Amsterdam: Samsara.

https://www.advaitacentrum.nl/over-douwe-tiemersma

https://www.paulbrunton.org/

[1] De Upanishads zijn teksten die, als filosofische slot-gedeeltes van de hindoeïstische heilige geschriften de Veda’s, meer mystiek van aard zijn en het belang van Zelf-realisatie benadrukken. De oudste Upanishads dateren van omstreeks de 7e eeuw voor onze jaartelling.

[2] Bevrijding van samsara, de cyclus van dood en wedergeboorte