Van Pythagoras tot (pop)muziek

Nabeschouwing Capita Selecta van 29 oktober 2019: Muziek en Spiritualiteit – Spiritualiteit in de (pop)muziek 

Musicus en filosoof Hein van Dongen laat met zijn gitaar en geluidsopnames enthousiast de eerste tonen horen van de Capita Selecta-serie ‘Muziek en Spiritualiteit’. Op het whiteboard tekent hij de ‘Maluma’ en de ‘Takete’, uit een experiment van wetenschapper Wolfgang Köhler (1929). De eerste rond van vorm, de tweede puntig. Bij welke vorm de klank past, kan je aanvoelen, zien en horen.

Darwin
Zo zitten we direct in de geschiedenis van de muziek, of zoals Van Dongen met historicus Yuval Noah Harari zegt: in een universum van klanken en vormen. Volgens Charles Darwin kwam taal voort uit muziek, uit de klanken beter gezegd. Mensen vonden het al gauw prettig om klanken, geluid, uit te stoten. Zo klonk gezang blijkbaar al vroeg in de prehistorie, bij de jacht. Hierdoor werden we een bijzonder soort dier, mens, ook weer volgens Darwin. De klanken kregen betekenis. Taal ontstond. En dan kan je afspraken maken.

Rock-‘n-roll
Spiritualiteit in de (pop)muziek? Niet zo gek, als je bedenkt dat (pop)muziek voorkomt uit de religieuze traditie. Denk maar aan de ‘spirituals’ in het zuiden van de VS, als voorloper van de rock-’n-rol. De Blues die daarop veel invloed had, heeft weer zijn bronnen in het Afrikaanse animisme. En zo beluisterden we allerlei klanken uit de geschiedenis, van spirituals tot boogiewoogie. Genoeglijk klonken deze avond ook Van Dongens boeiende verhalen en de harmonische klanken van een mondorgel. We maakten kennis met AUM, de goddelijke klank waaruit de kosmos ontstond; met mantra’s; met de heilzaamheid van muziek voor ons welbevinden; met de eigen taal van muziek; met ons bewustzijn dat door klanken in een bijzondere staat gebracht kan worden.

Pythagoras
Door de snaren van de gitaar van Van Dongen kwamen we terecht bij filosoof en wiskundige Pythagoras. Hij schijnt als eerste de harmonische samenklank van de tonen en de trappen van de toonladder op getalsverhoudingen te hebben herleid. En legde verband tussen de lengte van een gespannen snaar en haar toonhoogte. Elk akkoord heeft een getalsverhouding.
Door de klanken uit een smederij werd Pythagoras ook geïnspireerd. Hij hoorde geen lawaai maar harmonieuze geluiden: de verschillende gewichten van hamers leverden verschillende klanken op. Hij hoorde er ook ritme in.
Toen Pythagoras zijn ervaringen besprak met een astronoom, bedacht hij uiteindelijk dat de kosmos geordend is volgens principes die vanuit de muziek te begrijpen zijn. Alles is getal, vond Pythagoras: muziek en wiskunde is eigenlijk hetzelfde. Het verhaal gaat dat Pythagoras het idee kreeg dat muziek de kosmische harmonie tussen sterren en planeten verbeeldt. Hij zou de hemelse akkoorden van het heelal hebben beluisterd, en zo de allesomvattende harmonische samenzang horen van de sferen en van de sterren die zich daarlangs bewogen.

Het was een fijne, luisterrijke avond, een die nog gevolgd zal worden door Die Zauberflöte, een alchemistische allegorie, door Tjeu van den Berk, Mystiek in Bachs Matthäus-Passion door Ad de Keyzer en Zo kan het licht erin door Frank Kazenbroot.