Het meest persoonlijke is het meest universele – deel 1
Een serie door Margreet Feenstra

De kracht van de geest op het lichaam

“Het meest persoonlijke is tegelijk ook het meest universele” is een bekende uitspraak van priester, hoogleraar en schrijver Henri Nouwen. Vanuit die gedachte heeft de Academie aan drie studenten gevraagd een persoonlijk inzicht te delen dat voor hen heel belangrijk is. Drie docenten van de Academie plaatsen deze inzichten in een breder perspectief om te verkennen of het ‘meest persoonlijke’ inderdaad het ‘meest universele’ is. Dit levert een boeiende ‘dialoog’ op die je laat nadenken over je eigen perspectieven.

Aan het woord in dit eerste deel zijn student Marian Wester en docent Ellen van Son.

Op haar achttiende kreeg Marian Wester de diagnose Multipele Endocriene Neoplasie (MEN) I syndroom, een zeldzame en erfelijke aandoening die onder andere leidt tot de groei van veelal goedaardige maar soms ook kwaadaardige tumoren. De diagnose bracht haar uiteindelijk op het spirituele pad waardoor ze leerde naar de signalen van haar lichaam te luisteren.

Ellen van Son, docent en tevens directeur van de Academie voor Geesteswetenschappen, bekijkt het verhaal van Marian vanuit het perspectief van Edgar Cayce en vanuit de logotherapie van Victor Frankl. Cayce spreekt onder meer over ‘het scheppende denken’, waar hij mee bedoelt dat we met onze geest onze realiteit scheppen. Via Victor Frankl maken we kennis met het uitgangspunt dat ieder mens vrij is, niet altijd in wat we doen of in wat ons overkomt, maar wel in de manier waarop we ernaar kijken en hoe we er betekenis aan geven.


Marian Wester (61): “Ik geloof dat je altijd een keuze hebt”

“Ik was in mijn eentje op bezoek bij mijn broer en zus in Canada. Na een verblijf bij mijn zus en haar gezin huurde ik een auto en reed ik zonder vooropgezet plan door het land. Aan het eind van de middag zocht ik een B&B en daar sliep ik die avond. Ik herinner me een moment waarop ik voor me zag dat ik daar met mijn hond zou kunnen lopen. Ik verbleef in een mooi, rustig dorpje, had een knus huisje als overnachtingsplek. Voor het eerst in mijn leven kon ik mij voorstellen dat je je ook in een ander land thuis kunt voelen.”

Ontwikkelingsland

“Weer terug in Nederland werd ik me er gaandeweg van bewust dat ik weg zou gaan, al wist ik nog niet waarheen en wat ik zou gaan doen. Een vriend van me pikte dat op. Hij dacht dat ik naar de tropen zou gaan. Ik hield helemaal niet van de warmte, dus dat leek me niets voor mij. Hij verwachtte dat ik met mijn talenten het beste naar een ontwikkelingsland kon gaan en stelde voor om naar een Nederlandstalig gebied te gaan. Uiteindelijk heeft hij mij in contact gebracht met de directeur van een stichting in Suriname die zorgde voor mensen die lepra hadden gehad.
Daar op de Estherhof heb ik ongeveer acht en een half jaar gewoond en bijna twee jaar als vrijwilliger gewerkt. Daarna werd ik door de bisschop gevraagd voor de diaconie, waar ik eerst de financiële administratie op orde bracht, en daarna kwam ik terecht in het Diakonessenhuis, waar ik verschillende functies binnen het management heb bekleed. Ook was ik jarenlang penningmeester van Matoekoe, een stichting die zich inzette voor kinderen met een ontwikkelingsstoornis. Het werk in Suriname, de ontmoetingen die ik had: het had allemaal zoveel zin! Uiteindelijk heb ik achttien jaar in Suriname gewoond.

Slechte raadgever

“Als je me een jaar voor mijn vertrek had verteld dat ik in mijn eentje naar Suriname zou gaan om daar lange tijd te gaan wonen en werken, dan had ik je niet geloofd. Ik was nogal angstig aangelegd. Maar angst is een slechte raadgever. Als je je daardoor laat leiden, dan raken de cellen in je lichaam in een stressmodus, zo is mijn overtuiging. Toen ik achttien jaar was, kreeg ik de diagnose Multipele Endocriene Neoplasie syndroom, kortweg MEN I, een zeldzame en erfelijke aandoening die onder andere leidt tot de groei van veelal goedaardige maar soms ook kwaadaardige tumoren. Mijn vader, een zus en twee broers zijn overleden aan deze ziekte.”

De ziekte heb ik zelf nooit als levensbedreigend ervaren. Mijn ervaring is dat lichamelijke klachten iets zeggen over hoe ik met emoties omga.

Waarschuwing

“Zelf heb ik geen kwaadaardige tumoren gehad. Wel heb ik regelmatig niersteenkolieken gehad, één van de symptomen van de aandoening, waarbij ik soms over de grond kroop van de pijn. Ook ben ik kort achter elkaar een aantal keren geopereerd om kleine goedaardige tumoren en nierstenen te verwijderen. De ziekte heb ik zelf nooit als levensbedreigend ervaren. Zelfs niet toen familieleden aan de gevolgen ervan zijn overleden. Tegenwoordig bekijk ik lichamelijke klachten zoals nierstenen als een waarschuwing van mijn lichaam. Door woorden te geven aan het letterlijk ‘verharden’ en ‘verstenen’ in het lichaam, krijgen de symptomen betekenis en kan ik er iets aan doen. Mijn ervaring is dat lichamelijke klachten iets zeggen over hoe ik met emoties omga.
De boeken van Louise L. Hay, Je kunt je leven helen, en Christiane Beerlandt, De sleutel tot zelf-bevrijding,hebben me destijds op dit pad gebracht. Enkele jaren geleden las ik De biologie van de overtuiging van Dr. Bruce Lipton, een celbioloog. Dat boek was een feest van herkenning voor mij. Hij schrijft dat uit onderzoek blijkt dat het niet de genen zijn die ons gedrag bepalen, maar dat de genen worden aan- en uitgezet door externe factoren, zoals onze waarnemingen, gedachten en overtuigingen. Veel ziekteverschijnselen hebben mijns inziens te maken met een gebrek aan zelfacceptatie. Beerlandt beschrijft dat het voor je lichamelijk welzijn goed is om liefdevol naar jezelf kijken, om dankbaar te zijn voor wat is. Als je door vreugde en dankbaarheid wordt gedreven, dan stroomt er een andere levensenergie door je heen dan wanneer je je een slachtoffer voelt. Het onderzoek van Bruce Lipton bevestigt de invloed daarvan op celniveau.” 

Consequenties aanvaarden

“Je hoort mensen wel eens zeggen: ‘Ik kon niet anders.’ Maar ik geloof dat je altijd een keuze hebt. Misschien moet je kiezen uit twee kwaden, maar zelfs dan heb je nog twee opties. Vervolgens moet je de consequenties van je keuze ten volle aanvaarden. Pas als je de gevolgen omarmt, kun je ervan leren en verder komen. Deze manier van zijn is vele malen effectiever dan bang zijn voor de toekomst. Natuurlijk maak ook ik me weleens zorgen, maar ik bedenk dan weer vrij snel dat angst me niet verder brengt. Ik kijk zoveel mogelijk naar wat er wel is. Dat maakt het bestaan veel leuker. Er is zoveel moois om van te genieten.
Ik heb niet altijd zo gedacht. Nadat ik gediagnostiseerd was ging ik in psychotherapie. Ik ontdekte dat ik geneigd was om mezelf als een slachtoffer te beschouwen van de omstandigheden. Dat doe ik nu nauwelijks meer. Natuurlijk val ik wel eens terug, maar dat duurt niet lang omdat ik weet dat het me niet verder helpt.”

Ik denk dat je ervoor kunt kiezen om vreugde te ervaren en om de relatie met anderen te verbeteren.

Vreugde ervaren

“Als ik me niet fijn voel, doe ik wel eens een oefening met twee stoelen. Dan ga ik bewust even op een andere plek zitten. Op de andere stoel beeld ik me in hoe ik me zou voelen als ik blij was of als ik de persoon was waar ik een moeizaam contact mee heb. Hierdoor voel ik een andere energie door me heen gaan. Terug op de oude stoel voel ik me dan ook beter of heb ik meer begrip voor de ander. Door het effect van dit soort oefeningen denk ik dat je ervoor kunt kiezen om vreugde te ervaren en om de relatie met anderen te verbeteren.”

Uitdaging

“Ik volg nu de studie Transpersoonlijk counselor aan de Academie voor Geesteswetenschappen. Hiervoor heb ik de basisopleiding Transpersoonlijke psychologie en energetisch werken afgerond. Hierna wil ik de opleiding tot Geestelijk begeleider gaan volgen. Door mijn levenservaring en jarenlange betrokkenheid bij een Dominicanenklooster en –kerk had ik me al verdiept in zingeving en spiritualiteit. Na mijn pensionering wil ik graag door middel van gesprekken handreikingen doen op het vlak van spiritualiteit en zingeving. In een ziekenhuis of een hospice bijvoorbeeld.”

Een feest

“In de interactie met klasgenoten op de Academie gebeurt veel. Daar leer ik van. Ik word er een ‘completer’ mens van. In het dagelijks leven praat je niet zo vaak over diepgaande onderwerpen. Op de Academie kan dat wel. De meeste docenten zijn van mijn leeftijd of ouder, en ook de gesprekken met hen vind ik een feest. Ik krijg ook allerlei boektitels aangereikt die ik anders niet op het spoor zou zijn gekomen. Zo kregen we vorig studiejaar een module over het werk van en de boeken van Edgar Cayce. Daarin staat onder andere beschreven dat de klieren van het endocriene stelsel dienen als spirituele centra. Ik was helemaal overweldigd toen ik dat hoorde. Zelf was ik door klachten aan het endocriene stelsel, vandaar de E in MEN I, op het spirituele pad gekomen. Door de niersteenkolieken heb ik geleerd om goed naar de signalen van mijn lichaam te luisteren en daarbij stil te staan.”

Alles is één

“In het werk van Edgar Cayce lezen we bijvoorbeeld ook: god is liefde, alles is één, mensen zijn medescheppers van god, wij scheppen zelf onze toekomst. Allemaal dingen waar ik van overtuigd ben, van waaruit ik probeer te leven. Vanuit het gezichtspunt van de readings van Cayce wordt duidelijk waarom we nu in een driedimensionale wereld leven en dat we dat nodig hebben om weer naar andere dimensies toe te kunnen gaan. Ik drink het allemaal in. Het raakt aan wat ik diep vanbinnen voel, zonder dat ik daar woorden aan kan geven.”

Marian Wester volgt de opleiding tot Transpersoonlijk counselor aan de Academie voor Geesteswetenschappen en werkt daarnaast als financieel adviseur.

Ellen van Son (52): “Volgens Edgar Cayce zijn we medescheppers van God”

“Wat ik bijzonder vind aan het verhaal van Marian, is dat ze zich al op jonge leeftijd bewust is geworden van welke kracht onze geest heeft: dat het zijn doorwerking heeft op het lichaam, op wat we doen en op wat we meemaken. Hierdoor heeft ze de keuze gemaakt om zichzelf heel goed te leren kennen. Om eerlijk naar zichzelf te kijken en te analyseren: hoe doet mijn geest dat? En wat zou ik kunnen doen om mezelf niet ziek te maken met mijn bewuste of onbewuste gedachten?”

Kracht van de geest

“Ik heb op de Academie een les gegeven over Edgar Cayce, Marian noemt hem in haar verhaal. We hebben daarvoor een boek gelezen waarin de kracht van de geest beschreven wordt. Edgar Cayce was een medium, een ziener. In eerste instantie gaf hij vooral gezondheidsreadings. Hij stelde diagnoses en gaf aan wat een patiënt kon doen als remedie voor de fysieke klachten. Later heeft hij readings gegeven over spirituele ontwikkeling. Deze readings zijn allemaal opgetekend.”

Akasha veld

“Edgar Cayce had direct toegang tot het Akasha veld. Een exacte definitie van dit veld is moeilijk te geven maar in de christelijk traditie wordt dit ook wel het ‘grote boek van God’ genoemd. Het is het ‘boek’ waarin alles is te vinden; wat is gebeurd, wat nu gebeurt en wat er nog zou kunnen gebeuren. Alle kennis en wijsheid uit verleden, heden en toekomst, is daar te vinden. Iemand als Cayce kon daar op aansluiten. Hij kon dus vanuit dat ‘boek’ of ‘veld’ zien wat er met iemand aan de hand was omdat daarin ook het leven van zijn cliënt aanwezig was.

Ik denk dat we een veel grotere invloed hebben op de realiteit dan de meesten van ons beseffen.

Wat Cayce vertelde in de pakweg 14.000 readings die hij heeft gegeven, was niet de persoonlijke mening van één enkel mens, maar een diep doorleefde wijsheid. Wat ik overigens opvallend vind: Cayce heeft gedurende zijn leven gemerkt dat als hij zijn gave – die hij in eerste instantie helemaal niet wilde gebruiken – inzette voor eigenbelang, dan werd zijn gave minder zuiver en zijn waarneming minder scherp.”

Twee keer scheppen

“Cayce sprak onder andere over ‘het scheppende denken’. Met onze geest scheppen we onze realiteit. We scheppen twee keer: één keer in onze geest, met onze dromen, verlangens en overtuigingen en één keer in de materie. Tijdens het scheppende denken zijn we zowel ‘architect’ als ‘bouwer’. We zijn de architect – of bedenker – van onze werkelijkheid én we zijn de bouwer daarvan in de materiële wereld. Daarmee zijn we medescheppers van God; we scheppen met elkaar. Ik denk hierdoor dat we een veel grotere invloed hebben op de realiteit dan de meesten van ons beseffen.
Onze geest heeft niet alleen een bewust deel, maar ook een onbewust deel. Je kunt, net als Marian, op zelfonderzoek gaan: wat doe ik met mijn geest? Wat wil ik daarmee manifesteren in de wereld? Om een voorbeeld te geven: je kunt ontzettend aardig zijn tegen anderen maar als diep in jou de overtuiging leeft ‘ik vertrouw niemand’ dan resoneert dat mee in het contact met anderen.”

Spiritueel ideaal stellen

“Uit de readings van Cayce komt een weg tot spirituele ontwikkeling naar voren. De eerste stap daarin vind ik erg mooi: stel jezelf een spiritueel ideaal. Een ideaal in de zin van: ik wil leven vanuit liefde of vanuit heelheid. Wil je je daadwerkelijk afstemmen op het hogere, vraag je dan voortdurend af: is wat ik doe of denk in overeenstemming met mijn spiritueel ideaal? Als medeschepper met een spiritueel ideaal ga je steeds beter beseffen hoe je dat ideaal in zijn veelkleurigheid kunt vormgeven.”

Soms speelt er iets in je leven waarvan je denkt: ik moet een beslissing nemen. Het gaat over iets wezenlijks maar je weet niet hoe de realiteit zich na de keuze zal ontvouwen.

Roep van binnenuit

“In ons zit iets dat weet hoe onze levensweg eruit zou kunnen zien. Een soort roep van binnenuit, waarbij we de keuze hebben om daar wel of niet naar te luisteren. Diep vanbinnen voelen we: daar moet ik zijn, dit is mijn plek. Dat is ook het mooie in het verhaal van Marian. Zij is naar Suriname gegaan in het volste vertrouwen dat dat het goede pad was. Soms speelt er iets in je leven waarvan je denkt: ik moet een beslissing nemen. Het gaat over iets wezenlijks maar je weet niet hoe de realiteit zich na de keuze zal ontvouwen. Dat is ook onderdeel van het scheppende denken: je creëert een werkelijkheid maar je weet niet hoe die eruit zal zien. Je hebt wel het vertrouwen om daar open, onbevangen en kwetsbaar in te gaan en het vertrouwen dat het zich zal ontvouwen in een realiteit die bij je past.”

Ieder mens is vrij

“Ik wil nog iets anders aanstippen. In de logotherapie van Viktor Frankl vind je dat ieder mens vrij is – niet altijd in wat we doen of in wat ons overkomt – maar wel in de manier waarop we daarnaar kijken en hoe we daar betekenis aan geven. Denk aan hoe Marian omgaat met haar ziekte. Hoe geven we antwoord op wat ons overkomt? En daar ligt volgens de logotherapie van Viktor Frankl ook een grote verantwoordelijkheid. Cayce laat zien hóe je dan meer verantwoordelijkheid kunt nemen. Namelijk: door je ervan bewust te zijn dat alles wat je denkt zich uiteindelijk gaat manifesteren in interactie met anderen.”

Wil tot betekenis

“Frankl spreekt verder over ‘de wil tot betekenis’, heb je de bereidheid om van betekenis te zijn voor anderen? De logotherapie heeft daar een mooi mantra bij: streven naar het best mogelijke voor mij en alle betrokkenen. Natuurlijk weet je niet tot in detail wat alle betrokkenen willen. Maar de mantra nodigt je wel uit om je te verdiepen in de ander en om te achterhalen wat voor de ander van belang zou kunnen zijn, om daar het gesprek over aan te gaan. Tegelijkertijd nodigt het je ook uit om je eigen belangen af te wegen tegen de belangen van anderen.”

Toegang geestelijke dimensie

“Volgens Frankl heeft overigens niet ieder mens in gelijke mate toegang tot de geestelijke dimensie. Op het moment dat je veel pijn hebt, ernstig ziek of verslaafd bent, heel jong bent of dementerend, kan het zijn dat de toegang tot de geestelijke dimensie minder is. Dan heb je in potentie nog steeds de vrijheid om te kunnen kiezen om van betekenis te zijn voor een ander, maar als die toegang – deels – geblokkeerd is, dan wordt dat moeilijker. Daarin is hij genuanceerder dan Cayce, die stelt dat iedereen in dezelfde mate toegang heeft tot het scheppende denken.”

Ellen van Son is directeur van de Academie voor Geesteswetenschappen, docent Logotherapie en is ondernemer op het grensvlak van zingeving en onderwijs.