Ik mag ze ‘uitblazen’ met een zeepbel van muziek

Blog van Academie-student Eva Folkersma

Momenten gegrepen uit het dagelijks leven van Eva Folkersma, waarmee ze wil laten zien dat je situaties van rouw en verlies niet op hoeft te zoeken: “Ze komen vanzelf bij je, zijn om je heen. Kijken met de ogen van je hart en luisteren met de oren van de liefde, is alles wat je nodig hebt om het op te merken.”

Met regelmaat krijg ik de vraag waarom ik de opleiding Verlies-, Rouw- en Stervensbegeleiding ben gaan volgen. Daar is niet één antwoord op te geven dat de hele lading dekt. Er zijn door de jaren heen verschillende zaadjes geplant, die samen hebben gemaakt dat ik dit ben gaan doen. Hoewel het aparte zaadjes zijn, staan ze niet los van elkaar en voelt het alsof alles samenkomt in deze studie. Wat voor zaadjes dat zijn? Nou, dit is er bijvoorbeeld één van:

Al sinds mijn jonge kinderjaren speel ik bugel, een koperblaasinstrument. Ik was een jaar of acht toen ik mijn eerste muziekles kreeg en het instrument was bijna groter dan ikzelf. Rond mijn twaalfde, het moment dat ik een beetje fatsoenlijk kon spelen, kreeg ik een plekje in het plaatselijk fanfareorkest en werd ik ook in kerkdiensten naast het orgel gezet op de kerkelijke hoogtijdagen. De fanfare verdween, de kerkmuziek bleef.

Ruim 11 jaar geleden ging mijn telefoon op een doordeweekse maandagmiddag, een vrouw bij mij uit de kerk. De dag ervoor was haar man overleden en zij was bezig met het afscheid. “Hij hield zo van jouw muziek in de kerk, wil je komen spelen tijdens de dienst?” “Ja natuurlijk, stuur de liturgie maar door.” Een uur later belde ze weer: “We willen bij het graf nog een lied zingen met elkaar en zonder muziek wordt dat niks. Wil je dat ook doen?” Een kerkorgel in je handtas meeslepen naar een begraafplaats, dat gaat natuurlijk niet; maar ik in mijn eentje én buiten?! Da’s wel andere koek dan binnen hoog, droog en veilig naast een orgel.

Ik aarzelde. “Weet je zeker dat je dit wilt? Ik speel een melodie-instrument en alleen dat is wel heel karig.” “Kind, dat is meer dan genoeg, alsjeblieft.” Zeg maar eens “nee” als er zo’n appèl op je hart wordt gedaan. Ik zei dus ook “ja”. En spijt dat ik had op het moment zelf: stiknerveus was ik, maar ik kon niet meer terug…

Inmiddels ben ik allang gestopt met het tellen van de uitvaarten die ik mocht voorzien van een muzikale omlijsting. Juist dat allerlaatste stukje in de buitenlucht, met alleen nog de rauwe werkelijkheid van de dood, is voor mij de meest pure vorm van muziek maken geworden. Teruggebracht tot de essentie van een enkele melodielijn, waar alles in opgesloten ligt, wordt muziek waarlijk de taal van de ziel.

Als buitenstaander mag ik zo dichtbij komen dat ik het verdriet van wie afscheid moet nemen, bijna aan kan raken. Dat mag ik omzetten in een lied op het moment dat de kist naar het graf gedragen wordt. En als er ook nog wordt gezongen, dan is dat bijna altijd dwars door de tranen heen. Zo mag ik wie daar aan de aarde wordt toevertrouwd ‘uitblazen’ met een zeepbel van muziek. Een zeer betekenisvol ritueel, waarmee je het terrein van het onzegbare betreedt.

De dodenakker als Heilige – en ook zeer Vruchtbare Grond om op te mogen werken.

Eva telt 41 winters, werkt als Adviseur HRM voor drie kleine gemeenten in het Gooi, probeert dagelijks overzicht te scheppen in de chaos van een mannenhuishouden en is tweedejaarsstudent Verlies-, Rouw- en Stervensbegeleiding aan de Academie voor Geesteswetenschappen.

Wil je meer weten over de opleiding Verlies-, Rouw & Stervensbegeleiding? Geef je dan op voor één van onze open avonden.

Leave a Comment