Je beroep is een voorteken – Magisterium est Omen

Door Martien Hermes.

Er doet een gezegde de ronde dat stelt ‘Nomen est Omen’, meestal uitgelegd als ‘je naam is een voorteken’. Daarmee wordt meestal bedoeld dat de diepere betekenis van je naam vaak een soort van voorteken is van het type leven dat je leidt. Of het verwijst naar een of andere betekenisvolle opdracht die schuilgaat in je naam.

Numerologen gebruiken de cijferwaarde van de afzonderlijke letters van je naam, tellen die bij elkaar op, en dan krijg je de numerologische waarde van je naam. Ook die onthult dan een interessante of betekenisvolle opdracht of (levens)hint over jou als persoon. Je naam is een voorteken.

Verscholen levenslessen

Al langere tijd ben ik de mening toegedaan dat ook je studie- en beroepskeuze een soortgelijk voorteken is. Ook Magisterium est (dus) Omen. Er ligt ook een soort van opdracht of levensles verscholen in het type werk dat je kiest, of de studie die je volgt. Daar bedoel ik mee dat je beroep je uitdagingen of levenslessen brengt waar je niet altijd op voorbereid bent. Waarvan je nooit gedacht zou hebben dat je werk je daarmee zou confronteren. Met andere woorden: je hebt iets te leren in het vak dat je kiest. En dat leren stopt niet met het behalen van je diploma, het vinden van een vaste baan of het openen van je praktijk.

Ik moest daaraan denken toen ik in het Volkskrantmagazine van zaterdag 13 januari jongstleden (2018) het artikel las over psychiater Bram Bakker. Hij ligt in scheiding, en zegt: “Als er meer was gepraat, had veel leed voorkomen kunnen worden.” Vraag van interviewer: Gek hè? Jullie zijn dr. en prof.dr. op het gebied van de menselijke psyche en toch lukt het jullie niet elkaar emotioneel te vinden. Bram: Ja, dat is de loodgieter met de lekkende kraan. Je weet bij anderen hoe het moet en zelf doe je het niet.”

Dat is wat Magisterium est Omen behelst. Er zitten vaak levenslessen verscholen in je beroep die dieper gaan dan je vermoedt. Die je soms onthand en handelingsverlegen maken, ook al heb je alle benodigde gereedschappen in handen.

Boringen

In mijn geval ontdekte ik dat in twee ervaringen. De eerste vond ik illustratief en had te maken met mijn opleiding tot docent aardrijkskunde, geografie. De leukste opdracht daarin vond ik altijd de bodemboring. De vraag daarbij is, “als je hier de bodem ingaat met een boor of anderszins, welke aardlagen kom je dan achtereenvolgens tegen?” Die aardlagen moest je benoemen; eerst zand, dan zeeklei of rivierklei, dan grint, etc., totdat je bij de aardkern uitkwam.

Ik zag daarin – achteraf – heel duidelijk de link met mijn latere werk als astroloog. Ook in het werk met cliënten is vaak de vraag wat ik achtereenvolgens tegenkom als ik een bepaald astrologisch thema onderzoek en duid. Als ik door de buitenkant heen ‘kijk’ met behulp van een geboortehoroscoop, wat kom ik dan achtereenvolgens tegen, totdat ik bij de kern ben? Magisterium est Omen, dat soort ‘boringen’ doe ik voortdurend als astroloog.

Ook veel andere geografische kennis herken ik in mijn huidige werk: hoe meteorologische processen bepaalde effecten in het weer veroorzaken; hoe tektonische platen aardbevingen en bergketens veroorzaken; hoe diepzeestromen onverwacht aan de oppervlakte kunnen komen, etc. Allemaal (diepte)procesonderzoek dat helpt en ertoe leidt uiterlijke verschijnselen te verklaren, te snappen.

Het lot

De tweede ervaring was dramatischer, maar ook weer illustratief voor het feit dat je beroep een voorteken is. Door mijn studie klassieke astrologie kwam ik terecht in de wereld van de Griekse opvattingen over Lot en Noodlot. Die opvattingen zijn beduidend subtieler dan de eenvoudige – en platte – tegenstelling die het tegenwoordig vaak heeft: of er is Lot of er is Vrije Wil, één van de twee. Deze zwart-witte karikatuur doet geen recht aan de subtiliteit van Lotfenomenen. Zeker niet in het licht van de complexe symboliek van de geboortehoroscoop. En de belangrijke (levens)les die mij overkwam was dat ik getroffen werd door het Lot.

Ik ga hier niet in op hoe het lot mij precies trof, maar wel dat ik feitelijk als astroloog alle middelen in handen had om het Lot te snappen, en dat dat ik – ondanks dat – er volledig door verrast werd. Een beetje hetzelfde als Bram Bakker en zijn ex overkwam. Ze hadden alle middelen, methoden en technieken geleerd om effectief met elkaar om te gaan, maar ‘Je weet bij anderen hoe het moet en zelf zie je het niet.’ Dat gold ook voor mij, een horoscoop toont je feitelijk alles wat je wilt weten, maar je moet het leren zien. Als je het Lot wilt leren zien in een horoscoop, moet je eerst weten wat dat zijn, Lotgevallen.

Mijn conclusie was: als klassiek astroloog ben je feitelijk een handelaar in lotgevallen, en om daar goed in te zijn moet je weten wat dat is: getroffen worden door lotgevallen. Je moet dus ervaringsdeskundige worden. Ergo, het Lot moet je minstens één keer onderhanden nemen om te snappen wat dat is, je moet een keer stevig botsen met het leven, een paar deuken oplopen, zodat je weet wat dat is, Lot.

Meesterschap

Je beroep als voorteken betekent dat je echt iets te leren hebt van je vak, en het beroepsleven zelf biedt je de leerstof. In Magisterium zit het woord ‘meester’ verscholen (in het Engels master). Vakmanschap is meesterschap luidt het gezegde. Dat meesterschap wordt bereikt door het gekneed worden in je vak, en dat betreft vaak ervaringen waar je aanvankelijk met lege handen tegenover staat. De examens en toetsen die je te doen hebt waarbij je het gevoel hebt, ‘maar dat hoofdstuk heb ik niet gelezen/bestudeerd’.

Succes met je toetsingen!


Martien Hermes is astroloog, gespecialiseerd in klassieke astrologie en geboeid door de grote diepgang en rijkdom van deze astrologie. Heeft een eigen praktijk en is docent aan de Academie voor Geesteswetenschappen.