Ik kom niet voor therapie, of zo

Blog van Academie-student Eva Folkersma

Situaties gegrepen uit het dagelijks leven van Eva Folkersma, waarmee ze wil laten zien dat je situaties van rouw en verlies niet op hoeft te zoeken: “ Ze komen vanzelf bij je, zijn om je heen. Kijken met de ogen van je hart en luisteren met de oren van de liefde, is alles wat je nodig hebt om het op te merken.”

Eind augustus 2020, toen we nog af en toe naar kantoor mochten. Om 07.30 uur krijg ik een appje van een collega: “Hé majesteit!” Da’s m’n collegiale bijnaam. “Ben je toevallig in huis vandaag?” Op mijn bevestigend antwoord, reageert hij: “Mooi, ik loop straks even bij je langs en heb je dan even voor me?” “Ja natuurlijk, ik zie je wel verschijnen.” Ongeveer zes weken eerder is de moeder van mijn collega plotseling overleden en vlak daarna hebben we daarover een lang telefoongesprek met elkaar gevoerd.

Nog geen half uur na ons app-contact valt collega mijn kantoor binnen en ook maar meteen met de deur in huis: “Ik kom niet voor therapie of zo hoor, maar jij hebt verstand van dood en verdriet door die studie van je en daar wil ik het toch graag effe over hebben, kan dat? Ik maak me zo’n zorgen om mijn vader…” De tranen die voor de sluizen liggen, worden manmoedig weggeslikt. 

We halen koffie en ploffen op corona-afstand van elkaar neer in de spreekkamer. “Je maakt je zorgen om je vader, vertel eens…” Dat is genoeg om een stortvloed van woorden over me heen te krijgen. Sinds het overlijden van zijn moeder komt collega elke dag bij zijn vader en probeert hij voortdurend met alles er voor hem te zijn. Het zijn geen praters en collega heeft geen idee of hij wel het goede doet voor zijn vader. De vermoeidheid slaat toe, hij merkt dat hij een kort lontje heeft en is gistermiddag om niks uit de bocht gevlogen tegen zijn zoontje. “Zo kan het niet doorgaan, er moet echt iets gebeuren…” Met deze laatste zin komen ook de tranen mee, die zich niet meer laten tegenhouden. Ik drink in stilte mijn koffie.  

Na een paar minuten verzucht collega: “En ik had me nog zo voorgenomen om niet te gaan janken.” Hij kijkt me aan, in afwachting van wat ik zal zeggen. “Ik vraag me af over wie dit nu echt gaat, over je vader, of over jou?” Opnieuw laat ik de stilte die valt gewoon bestaan. Na even denken spreekt hij uit dat het misschien wel meer om hem gaat dan om zijn vader. We praten door over hoe het in de afgelopen weken is gegaan. Hoe hij heeft geprobeerd om alle gaten dicht te lopen, die voor zijn gevoel dreigden te ontstaan. Dat er goede dagen tussen zitten, maar ook slechte en dat hij zo verschrikkelijk moe is. “Wat vind jij er nou van, wat moet ik nu doen?”

“Geef me wijsheid,” bid ik in stilte. Dan geef ik voorzichtig terug wat ik denk te zien: twee mensen die in het gapende gat kijken van het plotselinge verlies van hun geliefde en zich daar allebei geen raad mee weten. Het intense verdriet om het gemis van haar grote, warme liefde voor vader en zoon, wat ze elkaar zo machteloos proberen te besparen. Dat collega zijn vader wil behoeden voor de eenzaamheid en daarin misschien wel meer geeft dan hij te bieden heeft. Je denkt dat de ander iets van je verwacht, maar is dat wel zo? Of vind je misschien zelf dat die ander dit van jou mag verwachten en probeer je ten koste van jezelf te voldoen aan je eigen norm?

Mijn woorden treffen doel, zo had collega er zelf nog niet naar gekeken. “Wat zou jij nu doen dan?” Weer die vraag aan mij. Eigenlijk wil ik daarvan wegblijven, omdat ik zelf vind dat het er niet toe doet wat ik zou doen. Ik sta immers niet in zijn schoenen. Maar collega wil persé antwoord. “Ik zou met mijn vader gaan praten. Hem vertellen dat ik het niet volhoud zoals het nu gaat, vragen wat hij nodig heeft, wat hij daarin van mij verwacht, maar ook wat ik zelf nodig heb,” zeg ik uiteindelijk.

Weer blijft het even stil. “Dat ik daar zelf niet aan gedacht heb!” Is de reactie van collega. Hij gaat rechtop zitten en harkt met drie vingers door zijn haar. Hij besluit dat hij vanavond voor zijn vader gaat koken en dan samen aan tafel om te praten.

We ronden ons gesprek af en collega staat op om te vertrekken. Met de deur van de spreekkamer in zijn hand draait hij zich nog een keer om naar mij: “Mijn moeder zou hetzelfde gezegd hebben als jij, dankjewel! En het is dat ik niet van figuurzagen hou, anders maakte ik een kroon voor je.” De deur valt in het slot en in de gang hoor ik hem oervals het Wilhelmus fluiten.

Eva telt 41 winters, werkt als Adviseur HRM voor drie kleine gemeenten in het Gooi, probeert dagelijks overzicht te scheppen in de chaos van een mannenhuishouden en is tweedejaarsstudent verlies-, rouw-  en stervensbegeleiding aan de Academie voor Geesteswetenschappen.

5 thoughts on “Ik kom niet voor therapie, of zo”

  1. Hoi Eva
    Mooi hoe je het omschrijft, zie het je doen. In de stilte laten ontstaan en dan komen de woorden als vanzelf.. niet alleen bij je collega, maar ook bij jou.

    Top

    Reply

Leave a Comment